De omgeving

Op 4 oktober 1986 werd de Oosterscheldekering officieel in gebruik gesteld. De kering werd in bijna tien jaar gebouwd met behulp van vaak nieuwe materialen, vaartuigen en technieken. De 62 stalen schuiven in de drie stroomgeulen Hammen, Schaar van Roggeplaat en Roompot kunnen op en neer bewegen.


Bij gevaarlijk hoogwater worden de schuiven neergelaten, maar meestal staan ze geheven waardoor het getij in de Oosterschelde gehandhaafd blijft. De effecten van de kering op de geulen, platen, planten en dieren worden sinds de ingebruikneming intensief gevolgd.

2
De Plompe Toren is een overblijfsel van het verdronken dorp Koudekerke. De Oosterschelde was in de Middeleeuwen nog maar een stroompje. Het eiland Schouwen was in een soort middeleeuws Deltaplan in één keer van een ringdijk voorzien. Door overstromingen ging daarna veel land verloren, maar vooral ook door het wegzakken van dijken verdwenen in een paar honderd jaar zo’n twaalf dorpen.

3
De Schelphoek is ontstaan tijdens de overstroming in 1953. De grote caisson in de dijk is gebruikt om het laatste stroomgat af te sluiten. Rijkswaterstaat legde er in 1966 een werkhaven aan. Deze haven werd gebruikt tijdens de bouw van de Oosterscheldekering. Begin 1998 zijn de restanten van de voormalige werkhaven weer veranderd in een meer natuurlijk landschap met broedeilandjes en duintjes.

4
De Prunjepolder is het laagste deel van Schouwen en was lange tijd, na het weggraven van het veen in de Middeleeuwen, een moerasachtig gebied. Vanaf 1877 verlaagde een stoomgemaal het waterpeil en dat veranderde het gebied in grasland, waar op veelplekken zout kwel water vanuit de Oosterschelde omhoog sijpelt. Een deel van deze laag gelegen polder is onderdeel van het natuurplan “Tureluur”. “De Prunje” wordt weer een zout-brak moeras, ‘doorsneden met ondiepe slenken en brede geulen, waar’s zomers kluten en tureluurs broeden en in het najaar brandganzen en rotganzen grazen. Aan de andere kant van de weg liggen twee inlagen. Een inlaag is een smalle polder, ontstaan doordat er achter de zeedijk een reservedijk is aangelegd.

5
Kakkersweel is een waterplas achter de Schouwse dijk. De Schouwse dijk was hier tot aan het begin van de 15-de eeuw een zeedijk. Een weel is een stroomgat, dat na een dijkdoorbraak achter de dijk ontstond. Na de reparatie van de dijk, bleef de waterplas (weel) over. Nadat de Gouwe was ingepolderd, een water dat Schouwen van Duiveland scheidde, verloor de dijk zijn waterkerende functie. Nu is Kakkersweel een natuurreservaatje. De ondiepe plas is een pleisterplaats voor watervogels.

6
Schouwen-Duiveland bestond in de Middeleeuwen uit vier eilanden. Vooral in het stroomgebied van de Gouwe en het Dijkwater ontstond door inpolderingen een lappendeken aan polders en een variëteit aan dijken. Een groot deel van de Schouwse dijken werd bij herverkavelingen na de watersnoodramp van 1953 afgegraven. Een aantal overgebleven zandige, weinig bemeste dijken is wat plantengroei betreft zeer interessant. Typisch “Schouwse” dijkplanten zijn kruisdistel en beemdkroon.

7
Het Grevelingenmeer is in 1971 ontstaan door de aanleg van de Brouwersdam. Aanvankelijk verzoette het meer, maar door de aanleg van een spuisluis in de Brouwersdam blijft het nu zout. Rijkswaterstaat zet de spuisluis zoveel mogelijk open zodat vers Noordzeewater binnen kan stromen. Het zoute, schone en heldere water zorgt voor een rijke flora en fauna. Het meer is van internationale betekenis voor watervogels als fuut, geoorde fuut en de middelste zaagbek. Vis kan tussen het Grevelingenmeer en de Noordzee heen en weer zwemmen en dat is belangrijk omdat veel vissoorten in de verschillende levensstadia een ander milieu nodig hebben.

8
Op vooral Schouwse en Zuidbevelandse dijken staan zogenaamde Muraltmuurtjes. Deze goedkope grondbesparende betonmuurtjes dienden als dijkverhoging en zijn genoemd naar jonkheer De Muralt, een waterstaatsingenieur. In Zeeland zijn tussen 1906 en 1935 ruim 120 kilometer dijken met een Muraltmuur verhoogd. Dat is ongeveer een kwart van alle Zeeuwse zeedijken uit die periode. Na de stormramp van 1953 zijn de meeste muurtjes bij dijkverzwaringen verdwenen.

9
Het in 1997 in gebruik genomen Recreatie-Transferium in Renesse is een luxe gratis parkeerplaats. Wie een dagje naar het strand wil kan de auto op het Transferium achterlaten en comfortabel gratis met een ander vervoermiddel naar het strand worden gebracht, zonder parkeerproblemen. De wachttijd is hooguit tien minuten, die nuttig kan worden doorgebracht dankzij de aangeboden informatie. Het Transferium is een voorbeeldproject van de landelijke projectgroep Transferia van Rijkswaterstaat, aangemeld en verwezenlijkt door provincie, gemeente en Rijkswaterstaat Zeeland.